Vaarbewijsplicht

De exacte voorschriften met betrekking tot de vaarbewijsplicht zijn opgenomen in artikel 13 tot en met 16 van het Binnenvaartbesluit en Hoofdstuk 7 van de Binnenvaartregeling.

Klein Vaarbewijs

Het Klein Vaarbewijs is verplicht voor:

  • pleziervaartuigen met een lengte van 15 tot 25 meter.
  • motorboten korter dan 15 meter, die sneller kunnen dan 20 kilometer per uur door het water, hieronder vallen ook jetski’s en andere typen waterscooters.
  • bepaalde schepen die bedrijfsmatig gebruikt worden met een lengte tussen de 15 en 20 meter.

Groot Pleziervaartbewijs

Het Groot Pleziervaartbewijs is verplicht voor:

  • een pleziervaartuig met een lengte van 25 tot 40 meter.

Geen vaarbewijsplicht, toch examen?

Als u zich op het water begeeft is het voor de algemene- en voor uw eigen veiligheid altijd raadzaam over voldoende basiskennis van de relevante wetten, reglementen en te nemen veiligheidsmaatregelen te beschikken. Ook als u niet onder de vaarbewijsplicht valt is het altijd aan te raden een examen Klein Vaarbewijs 1 te doen.

Zo’n 400.000 personen zijn inmiddels in het bezit van een Klein Vaarbewijs. Naar schatting valt bijna de helft hiervan niet onder de vaarbewijsplicht, maar heeft deze groep er toch voor gekozen een Klein Vaarbewijs examen af te leggen.

N.B. In alle gevallen geldt dat als het een sleepboot, duwboot of sleepduwboot betreft, die uitsluitend als pleziervaartuig wordt gebruikt, er een ‘verklaring van de minister’ aan boord moet zijn. Als voorwaarde geldt dat niet mag worden gesleept of geduwd. Let op: als wel wordt gesleept of geduwd gelden strenge technische keuringseisen voor de sleep- of duwboot en zijn er administratieve voorschriften van kracht.